Categories opinie & debat

Balansen in het familiebedrijf

Vandaag belde ik mijn winkelier waar ik ooit een mooie lamp had gekocht. Hij was stuk en ik wilde even horen of ik er mee langs kon fietsen voor een reparatie. Dat kon, maar niet vandaag. Hij was met zijn vrouw aan het balansen. Daar keek ik van op. Dat dat nog bestaat. Balansen is de gewoonte in het winkelbedrijf om de voorraad aan het begin van het jaar handmatig te inventariseren. Dit heeft alles te maken met het juist kunnen verantwoorden van de waarde van de voorraad in de boekhouding. Op zich is daar niks mee, maar je zou denken na vijfentwintig jaar winkelautomatisering en computergestuurde kassa’s dat dit met één druk op de knop zo duidelijk zou zijn.

Hoewel hij geen tijd had, raakten we toch aan de praat. Dat balansen deed hij voor exact de vijftigste keer. Zijn vrouw en hij hadden elkaar nog maar eens goed aangekeken. De kinderen hadden echt geen zin de zaak over te nemen en ze hebben het er tijdens het kerstdiner ook niet meer over gehad. “Ach meneer, dan pensioneren we toch niet. Altijd op de camping gaat ook vervelen hoor,” sprak hij zichzelf moed in. Tien jaar geleden dacht hij daar heel anders over. Hij wilde stoppen op zijn 6oe. Dan was het mooi geweest. Maar de kinderen zagen er geen heil in de  zaak over te nemen. En toen in zijn 65e jaar een medewerker de zaak wilde overnemen vond hij dat er te weinig werd betaald. Er zou vast iemand komen die de hoofdprijs zou willen betalen. Die kwam er dus niet.

Het is een illustratief voorbeeld hoe het veel bedrijven vergaat. De helft van de banen in Nederland zijn te vinden bij familiebedrijven. Het Centrum voor Familiebedrijven van de Erasmus Universiteit in Rotterdam deed onderzoek naar de overdracht van bedrijven binnen de familie. Dat valt niet mee in Nederland. Wij tellen ruwweg 260.000 familiebedrijven die met elkaar voor de helft van de nationale werkgelegenheid zorgen. Juist in weerbarstige tijden als nu zijn familiebedrijven nog meer de kurk waar onze economie op drijft. Ze hebben de turbulenties van vele generaties en soms al eeuwen doorstaan. Ze gaan niet gebukt onder de kwartaalkoorts die publiek gefinancierde bedrijven soms vleugellam maken. Familiebedrijven hebben het kenmerk dat ze tegenslagen in de familie oplossen en de rekening niet bij de markt of anonieme aandeelhouders leggen. Interessant in het onderzoek is dat de opvolging niet alleen wordt geblokkeerd door de intredende generaties. Het is voor hen in veel gevallen veel makkelijker om zelf een carrière op te bouwen en zo een vermogen op te bouwen.  Vaak heeft de terugtredende partij nog een te hoge verwachting van de waarde van het belang of van hun eigen inbreng. Twee bovenmeesters van de onderstroom brachten afgelopen dagen misschien ook voor hen de relativering. Herman Wijffels ziet een nieuwe generatie die nooit schaarste heeft gekend en die juist wel een bijdrage wil leveren aan een zinvol bestaan. Hij neemt een mentaliteit waar van zelf doen en zelfredzaamheid. Hans Achterhuis voorziet een renaissance van talent. Zij oogsten bewondering, krijgen macht, prestige en gezag. Als we deze twee signalen nu eens laten postvatten in de families die de bedrijfsoverdracht bespreken. Dat zou mooi zijn. De helft van onze werkgelegenheid is te substantieel om zo maar te laten verdwijnen. Over balansen gesproken.

De column “Balansen in het familiebedrijf” verscheen in Trouw op vrijdag 4 januari 2013.

Share