Categories opinie & debat

De baas zijn of spelen

Elke onderneming maakt om de zoveel tijd een plan voor de toekomst. Dat moet van de aandeelhouders of kredietverstrekkers. Soms gebeurt het omdat de baas van een bedrijf het zelf wil. Meestal aan de hand van prominente adviseurs wordt er nagedacht hoe de zaak er voor staat en waar het over pakweg vijf jaar wil zijn. In de top van het bedrijf wordt nagedacht over sterkten en zwakten, maar ook kansen en bedreigingen. Mooie volzinnen worden gebruikt over visie, missie en kernwaarden. En er worden wat nieuwe initiatieven bedacht die veelal de aandacht afleiden van de echte business. Tot slot worden de rekenmeesters gevraagd allerhande sommen te maken die aangeven dat de omzet zal groeien en de winst navenant toeneemt. Als uiteindelijk het plan wordt vastgesteld door de commissarissen, dan raakt menig bestuurder in de war. Immers, een plan op papier krijgen is niet zo moeilijk. Het van het papier af krijgen en zorgen dat gebeurt wat bedacht is, dat is pas het echte werk. Het is niet anders dan met goede voornemens bij de start van het nieuwe jaar. Of een regeerakkoord bij een nieuw kabinet. Waar gaat het veelal mis? De baas gaat vaak uit van de maakbaarheid van de werkelijkheid en de beperkte veranderbereidheid van het personeel. Beiden is onjuist. De realiteit van de markt denkt niet in de rapportagecycli van een gemiddeld bedrijf. De consument kent geen kwartalen en heeft geen enkel benul bij een administratieve datum als het einde van het jaar. De markt versnelt en vertraagt als zij zelf denkt dat een product goed of slecht is. Bovendien is de markt vele malen wendbaarder dan menig onderneming. Kijk naar de mode, daar hebben zomer- en wintercollecties plaatsgemaakt voor een nieuwe collectie per dertien dagen zoals bij Zara en H&M. Dan het personeel. Dat is in elk bedrijf toch de groep die moet realiseren wat veelal in de top is bedacht. Dat valt zelden mee. Dat is niet het gebrek aan de wil om te veranderen. Maar zelf veranderen is iets anders dan veranderd willen worden. Daar heeft de gemiddelde medewerker van een productiebedrijf, telecomprovider of vervoerbedrijf oprecht de smoor over in. Zij hebben immers elke dag met de klant te maken. Zij moeten uitvoeren wat op een hoofdkantoor bedacht is. Hen wordt verteld dat ze just-in-time en zonder fouten moeten produceren, binnen drie seconden de telefoon op moeten nemen of altijd op tijd moeten rijden. De leiding daarentegen mag fouten maken, onbereikbaar zijn en elke vergadering te laat beginnen. Goed voorbeeld doet goed volgen. En foute voorbeelden dus ook. In de implementatie van de plannen grijpt de leiding veelal naar de macht, terwijl men ook het instrument van invloed kan gebruiken. Invloed heb je door het goede voorbeeld te geven en gids en getuige durft te zijn. Grijpt men naar het middel van de macht dan weet je dat ze niet de baas zijn. Ze spelen de baas. En vaak nog slecht ook.

De column “De baas zijn of spelen” verscheen in Trouw op vrijdag 12 april 2013.

Share