Categories opinie & debat

De dingen die voorbij gaan

Op de kop van de Veerhaven worden vandaag vijf bronzen beelden onthuld. Afgelopen week zijn ze geplaatst. Het zijn vijf mannen die elk op de Parklaan hebben gewoond. De Parklaan in Rotterdam is wat het Lange Voorhout in Den Haag is. De Veerhaven was in die tijd een kleine jachthaven voor de havenbaronnen. De Parklaan was er ook niet voor de gewone man. De bronzen koppen zijn van mannen als Jamin, Mees, Van Rijckevorsel, Van Beuningen en Van Hoboken. Namen die de gemiddelde Rotterdammer niks meer zeggen, maar het is goed dat ze op deze manier vereeuwigd zijn. Cornelis Jamin startte met een straathandel in snoepgoed. Later opende hij in Crooswijk zijn eerste winkel en suikerwerkfabriek om kort erop de ‘Zuid-Hollandsche Stoomfabriek van Koek, Banket, Chocolade en Suikerwerken’ te starten. Een inventieve ondernemer die in zijn hoogtijdagen het straatbeeld bepaalde met zeshonderd winkels.

Marten Mees was bankier en makelaar in verzekeringen die zijn plek vond in de Rotterdamsche Bank. Deze bank fuseerde met de Amsterdamsche Bank in de AMRO Bank die op haar beurt weer samenging met de ABN. Abraham van Rijckevorsel was een kind uit een beroemd Rotterdams koopmangeslacht. Hij wendde zijn macht en invloed aan voor de aanleg van de Nieuwe Waterweg en de spoorverbinding naar Duitsland. Een visionair en daadkrachtig ondernemer met durf. D.G. van Beuningen was de man die de Steenkolen Handelsvereniging groot maakte. Hem zijn we nog elke dag dankbaar voor zijn steun aan de bouw van stadion De Kuip en natuurlijk van zijn kunstcollectie in het naar hem genoemde museum. Anthony van Hoboken was de reder die bij de ontbinding van de VOC zich over de vloot ontfermde. Hij was eigenaar van de scheepswerf Rotterdams Welvaren.

Waarom is de onthulling van deze beelden nu zo van belang? Het zijn stuk voor stuk mannen die hun nek hebben uitgestoken en hebben bijgedragen aan de welvaart van de stad. Zolang Rotterdam de motor van de Nederlandse economie is, dus ook aan de welvaart van Nederland. Niet door vluchtige dienstverlening, maar door zich heer en meester te weten van productie en handelsroutes. Het is goed dat de jeugd van Rotterdam op deze manier via moderne QR-codes uitgelegd krijgt wat deze mannen hebben betekend. Ze waren actief in moeilijke jaren, jaren soms vergelijkbaar zoals nu. De één lokaal, de ander nationaal en internationaal. Het waren geen mannen die klaagden, maar hun gezag aanwendde om belangrijke besluiten te nemen. Soms met de politieke gezagsdragers, soms voor hen. Ze stonden voor hun zaak en talmden niet. Met een gevoel van heimwee, bewondering en aansporing bekeek ik de bronzen werken en legde mijn jongste dochter uit dat zij het waren die hebben gezorgd voor de opbouw van de stad en haven. Of met Louis Couperus: Het zijn voor haar oude mannen en hebben nu zicht op de dingen die voorbijgaan. Maar hun bijdragen voor stad en land blijven.

De column “Voor altijd jong” verscheen in Trouw op vrijdag 31 mei 2013.

Share