Categories opinie & debat

De emotie bij demotie

Toen wij dertig jaar geleden onze vergaderingen hadden van de studentenzeilvereniging deed zich een merkwaardig fenomeen voor. Wij kwamen bijeen op plekken waar je makkelijk met de trein kon komen, meestal in een studentenhuis of café. De meesten van ons hadden een OV-jaarkaart, een enkeling kwam liftend naar de plaats van handeling. Een OV-jaarkaart kreeg je als student om zo gratis van het openbaar vervoer gebruik te maken. Liften was het gebruik om met je duim omhoog aan de opritten van de snelweg met anderen mee te mogen rijden. Ook gratis. In beide gevallen had je op jonge leeftijd je eerste financiële voordeel al te pakken. Ik kan me niet herinneren dat ook maar iemand er bij zijn of haar eerste baan om heeft gevraagd dit voordeel te compenseren via de arbeidsvoorwaarden. Terwijl de één zijn studie afrondde ging de ander aan het werk en kwamen terecht bij bedrijven als Volmac, BSO en Pandata. Alle drie in de jaren zeventig opgericht door Nederlandse ondernemers en nu onderdeel van vanuit Parijs geregeerde ministeries van informatietechnologie. Mijn medestudenten kregen daar spannende banen, vorstelijke salarissen en de één na de ander kwam met splinternieuwe auto’s naar de vergaderingen die voor een heuse tweedeling zorgden. De haves en de haves not, om met Ernest Hemmingway te spreken. Het is al deze mensen goed vergaan daarna. Ze hadden elk hun talent maar zaten op het juiste moment in de juiste branche om een fortuin te maken. Het is deze generatie die nu in de war raakt van de idee om als ouderen in de branche iets minder te gaan verdienen.

De directie van CapGemini heeft daar deze week een lans voor gebroken en dat verdient lof en steun. Drie decennia van ongebreidelde groei heeft een hele generatie mensen uit de automatiseringsbranche geen windeieren gelegd. Maar wat eens een vernieuwende bedrijfstak was, is nu een gewone branche waar beheer en behoud belangrijker is dan vernieuwing. Wat ooit een gideonsbende van vooruitgang was, is nu een cohort bij elkaar verzamelde rekencentra van overheden en voormalige nutsbedrijven. Niks ondernemends meer aan en gepamperd m­­­­et arrangementen uit de glorietijden van de afgelopen decennia. Bovendien in veel gevallen van Franse makelij, ook geen economie die de passie preekt maar bij voorkeur verwordt tot het economisch openluchtmuseum van Europa. De em­­­­­otie die gepaard gaat bij demotie is veelzeggend. Het doet namelijk pijn en dat is een deugd. Ook hier staan we op de drempel van een nieuwe werkelijkheid en bij verandering hoort pijn. Veranderingen die niet schuren en verdriet doen, zijn geen veranderingen maar in veel gevallen oude wijn in nieuwe zakken. Om misverstanden te voorkomen: we praten hier over ouderen die zich overal etaleren als vitale vijftigers en zalige zestigers. De meest welvarende generatie die wij ooit hebben gekend. Bovendien in een bedrijfstak waar twee, drie, vier keer modaal verdienen niet ongebruikelijk was. De bedragen die bij een lager salaris vrijkomen zijn bedoeld voor het behoud van de werkgelegenheid van jongeren. De vraag is of dat slim is. Het is achterhaald denken, gedreven door de vakbonden. Ook al zo’n verzameling van vergrijsd en verweesd denken. Het geld kan beter geïnvesteerd worden in innovatie en baanbrekende vernieuwing. Leuk woord eigenlijk: baan-brekend. Alleen investeren in onderzoek en ontwikkeling zal de bedrijfstak weer perspectief en promotie bieden.

De column “De emotie bij demotie” verscheen in Trouw op vrijdag 11 januari 2013.

Share