Categories opinie & debat

De mobilist van morgen

Na enkele maanden was ik deze week weer eens in het Elektrisch Vervoer Centrum in Rotterdam. Midden in het nieuwe hart van Rotterdam Central District rond het station is een permanente demonstratie van wat elektrisch vervoer nu is en straks betekent. Nu is het nog een cocktail van lelijke auto’s, slechte accu’s en een hoop gedoe met stekkers en onvindbare oplaadpunten. Straks is de elektrische auto het icoon voor de belangrijkste wending in het denken van de mobilist van morgen: we gaan van assets naar access. Wat betekent dat? Het bezit van de auto was decennia lang iets voor de elite. De dokter, de fabrikant en de notaris waren in het bezit van een automobiel en verder niemand. Het demonstreerde rijkdom. Tijdens de wederopbouw werd het bezit van de auto het symbool voor de emancipatie van het grote publiek. De auto stond voor vrijheid. In de jaren tachtig werd de norm per gezin zelf meer dan één auto. We tellen er op dit moment een kleine acht miljoen in Nederland. Die hebben we in bezit. Maar de meeste tijd staat die auto stil en realiseren we dat de auto staat voor kosten en zorgen. Maar waarom hebben we die auto eigenlijk? Om van a naar b te komen. En dan is het bezit van de auto ondergeschikt aan de mogelijkheid om er één te kunnen gebruiken. Toegang tot mobiliteit is belangrijker dan het bezit van er van. Jongeren geven het goede voorbeeld. Ze houden van muziek,maar willen geen fysieke geluidsdragers meer in huis. Ze willen wel bij hun documenten kunnen, maar een steeds dikkere harddisk is niet nodig. Ze vinden hun data wel in de cloud zoals dat heet. Zo gaat het ook met mobiliteit. Per bestemming wordt een mobiliteitsmix gemaakt en gekeken wat het snelste, het meest comfortabele of het meest verantwoorde is. Tijd en duurzaamheid zijn bij hen belangrijkere criteria dan status via het bezit van een auto. De snelle opkomst van OV-fietsen en leenauto’s zoals Greenwheels en Car2Go zijn het levend bewijs. Via eenvoudige apps op de smartphone worden reizen samengesteld. Daar past de auto soms in, meestal niet. In elk geval wordt het voor veel geld in de file staan gezien als niet meer van deze tijd, allesbehalve cool en eigenlijk een beetje treurig voor mensen die kennelijk tijd over hebben. Om die reden zijn de talloze initiatieven die elektrisch rijden en het leven van de mobilist van morgen makkelijker en leuker maken van groot belang. Daarbij is het belangrijk dat het eenvoudig te gebruiken is. Accu’s acht uur opladen past daar niet in. De benzineslang vervangen voor een snoer met een stekker is omdat we gewend zijn een slang in de auto te hangen. Daar zijn creatievere en slimmere methoden voor. Stations zijn epicentra van mobiliteit en elektriciteit. Knooppunten waar je duurzaam, decentraal en samen mobiliteit kunt organiseren. Inductie, dat we kennen van de elektrische tandenborstel of de kookplaat, is een draadloos alternatief. Nu nog de provider die laat zien dat de infrastructuur wordt aangepast en de mobiliteitsketen zo toegankelijk maakt dat ik via mijn iPhone kan plannen, switchen, en betalen. En dat allemaal terwijl ik van huis naar bestemming reis en weer terug. Het zal immers dezelfde elite zijn die ook weer als eerste afscheid neemt van het bezit van de auto.

De column “De mobilist van morgen” verscheen in Trouw op vrijdag 28 september 2012.

Share