Categories opinie & debat

De terreur van transparantie

In mijn rol als toezichter van een serieuze onderneming in het onderwijs moet ik voldoen aan de daar geldende codes van goed toezicht. Dat betekent dat je weet waar je op toe ziet en in staat bent daar een goed oordeel over te vormen. Bovendien heb je geen conflicterend belang en doe je je werk in volstrekte onafhankelijkheid. Natuurlijk ben je daar ook deel van wat ik maar even de transparantie-terreur noem. Een willekeurige medewerker heeft allerlei suggesties en vragen die op het volgende neerkomen: hij is niet in staat het te overzien, dus het zal wel niet deugen. Geheel conform de gebruiken van de tijd stelde hij zijn vragen niet aan de directie of de toezichthouders. Neen, zijn suggesties en insinuaties staan allereerst in de krant.

Klaas Knot, de baas van De Nederlandsche Bank, pleitte afgelopen dinsdag voor meer transparantie. Hij deed dat bij gelegenheid van de uitreiking van de Machiavelli-prijs. Inderdaad, Machiavelli. Nou niet het toonbeeld van transparantie. Was het instituut van Klaas Knot altijd zo betrouwbaar als wat, nu heeft één op de drie Nederlanders eigenlijk geen fiducie in hun kunnen. Wat is dat toch en is transparantie nu echt de remedie? Ik denk van niet. Niet transparantie is de oplossing, maar vertrouwen. Of beter nog: het einde van het wantrouwen. Fukuyama stelde dat al glashelder in zijn meesterwerk Trust, door ons maar matig in het Nederlands vertaald met Welvaart.

Bestuur en toezicht moet in alle discretie kunnen plaatsvinden. Natuurlijk door competente mensen en moet er achteraf verantwoording zijn. Maar in toenemende mate maken we van het dragen van verantwoordelijk een real live soap waarin kennelijk iedereen elke dag rechtsreeks moet kunnen volgen wat er wel of niet gebeurt. Dat is niet productief en draagt ook niet bij aan de gewenste transparantie.

Wat wel helpt is dat bestuurders en toezichthouders niet bang zijn om in te grijpen. Tijdig en adequaat. Je maakt plannen en afspraken en die voer je uit. Natuurlijk kunnen zaken anders lopen dan verwacht en daar heb je dan een goed gesprek over. Het is het van de toezichthouder dat hij of zij snel kan doorgronden of dat de waarheid wordt verteld of er op fantasierijke wijze zand in de ogen wordt gestrooid. Bij elke vorm van twijfel moet er niet getalmd worden, maar helpen maatregelen. Voorkomen is beter dan genezen en de preventieve werking van doortastend optreden is meestal heilzaam. De medewerker in kwestie eiste inzage in de verslagen van vergaderingen en eigenlijk was zijn meest curieuze suggestie dat hij zelf wel toezichthouder wilde worden van de school waar hij zelf doceerde. Hoe onnozel kun je zijn? Ik weet dat we met het toezicht op woningcorporatie Vestia en scholencomplex Amarantis de verkeerde voorbeelden zijn en de cynici munitie geven voor hun gelijk. Maar een krachtig weerwoord is op zijn plaats. In namelijk bijna alle gevallen wordt naar eer en geweten goed werk geleverd in raden van toezicht en commissarissen.

Het is nog maar afwachten of de kardinalen in Rome in een grote live show in een stoel gaan zitten met hun rug naar de kandidaat Paus toe om vervolgens op een knop te drukken bij een goed gebed. En dan maar afwachten of hun keuze op Facebook voldoende ge-liked wordt. Ongetwijfeld transparant, maar zinloos theater.

De column “De terreur van transparantie” verscheen in Trouw op vrijdag 15 februari 2013.

Share