Categories opinie & debat

Oranje als zingeving

Vandaag begint het voetbalkampioenschap en morgen speelt het Nederlands elftal haar eerste wedstrijd. Allemaal kerels, maar een elftal vol voetballers is echt vrouwelijk. Ondertussen heeft de laatste winkelier in het dorp de etalage oranje gemaakt. De winkel met tweedehands kleding heeft alles wat rood, wit, blauw of oranje uit de rekken gehaald en pontificaal geëtaleerd. Er blijkt opvallend veel oranje tuingereedschap te zijn en oneindig veel gelijk gekleurd decoratie en promotiemateriaal. Elk zichzelf respecterend merk probeert een graantje mee te pikken van de oranje euforie. Je kan het zo gek niet bedenken of het is ook echt bedacht. Oranje tuinkabouters, leeuwen voor op de motorkap, bierkratten, slippers, sokken en snorren. Taxi’s zijn verpakt in oranje folie en voor het café staat een EKabrio. Leveren deze investeringen nu ook allemaal geld op? Dat valt wel mee, of tegen, maar net hoe je er naar kijkt. De branchevereniging voor de detailhandel rekent op 140 miljoen euro extra omzet. Dat is een fractie van wat wij in Nederland per jaar aan de kassa afrekenen, namelijk ruim 80 miljard euro. Een weekendje winkelen voor de Kerstdagen leveren de winkeliers veel meer op.

Waarom doen we dit dan toch? Omdat we op zoek zijn naar cohesie en zingeving.

Wij weten niet beter dan dat bij elk groot voetbaltoernooi we zo uitpakken. De feiten zijn anders. In de vorige eeuw deden we tot en met 1970 eigenlijk niet mee. Het Nederlands elftal speelde in de jaren dertig twee keer mee en werd in beide gevallen in de eerste ronde uitgeschakeld. Echt zichtbaar werden we pas door de twee finales in de jaren zeventig, maar toen was er van een oranjekoorts zoals nu nog geen sprake. Die kwam pas door het winnen van de EK-finale in 1988. Voor de WK-toernooien in de jaren tachtig wisten we ons niet eens te kwalificeren.

De opmars van de publieke oranje manifestatie gaat gelijk op met de massale leegloop van de kerken in diezelfde laatste drie decennia van de vorige eeuw. We hebben ons verlost van een paar eeuwen kerkelijke tucht, maar zijn tegelijkertijd op zoek naar spirituele alternatieven. Dat zie je ook bij de moord op Pim Fortuyn en de dood van André Hazes. We lopen een spontane processie en stelen alle rituelen uit de hoogmis. Het voetbalstadion verbouwen we tot kerk met de kist als altaar op de middenstip en ineens is de nieuwe kathedraal weer tot de laatste stoel bezet. Mensen willen zich kunnen identificeren en lief en leed met elkaar kunnen delen. Dat deed je lange tijd in de kerk of sociale zuil waarin je thuishoorde en de bijpassende school, omroep, krant of universiteit. Nu dat allemaal is verwaterd nemen merken die rol over. In een schier eindeloze voorraad verschillen kan elke consument laten zien waar hij of zij voor staat of gaat. Maar aan het eind van deze manifestatie van het individu knaagt er toch iets. Mensen willen ergens bij horen en hebben weliswaar de kerk verlaten, maar zijn misschien wel meer dan ooit op zoek naar betekenis en zingeving. Merken voorzien daar in, net als Oranje.

De column “Oranje als zingeving” verscheen in Trouw op vrijdag 8 juni 2012.

Share