Categories opinie & debat

The end of flexibility

Er is iets geks aan de hand. Elke dag duiken er wel berichten op dat we te ver zijn doorgeschoten met het flexibiliseren van werk. Afgelopen week deed het CNV een oproep de flexibiliteit een halt toe te roepen. Het zou de zekerheden van laagopgeleiden verkleinen. Een soortgelijk decreet stuurde Marissa Mayer de wereld in, het zou de creativiteit en productiviteit van haar medewerkers verkleinen. Zij is de hoogste baas van internetbedrijf Yahoo in de Verenigde Staten. Nu zijn dit twee soorten flexibiliteit, maar het is beide gevallen een zorgwekkende ontwikkeling. Juist nu de economie oorspronkelijke impulsen nodig heeft, zoeken we houvast in het verleden. Natuurlijk hoort bij goed werkgeverschap dat je personeel deugdelijk betaalt, goede kansen op opleiding en ontwikkeling geeft en medewerkers aanspoort tot professionele progressie. Maar dat is wat anders dan levenslange baangaranties en tot in lengte van dagen vastgelegde arbeidsovereenkomsten voor de collectiviteit. Daar zullen we met elkaar nieuwe vormen van samenwerken moeten vinden en afspraken die horen bij deze tijd. Ook dat is emancipatie en dat is nog steeds een na te streven goed. De verworvenheden van de vorige eeuw gingen niet zonder pijn. Het is naïef om nu te denken dat het anders zal zijn. Ook deze transitie kunnen we niet zonder gedoe trotseren.

Toch komt de bestuurlijke reflex van teruggrijpen naar het oude en vertrouwde veel voor. Dat doet ook Marissa Meyer en dat is onbegrijpelijk. Haar personeel mag niet langer thuis werken. Was dat nou niet één van de verworvenheden van de revolutie van de informatietechnologie? De Groningse econoom Tjerk Huppes berekende al in de jaren tachtig van de vorige eeuw dat we met nieuwe productiviteitparadigma’s van doen zouden krijgen. Alvin Toffler beschreef ik 1980 in zijn Third Wave de opkomst van wat hij electronic cottages noemde, van waaruit mensen hun werk zouden kunnen doen. Ze hebben allebei gelijk gekregen. Weliswaar in andere vormen, maar toch. Wij zijn dit denken gaan leren kennen als het nieuwe werken. Waarom dan toch de oproep van deze internetmevrouw om haar mensen weer naar kantoor te roepen? Haar motief is de bedrijfscultuur en het saamhorigheidsgevoel. Die leiden onder de doorgeschoten flexibilisering van manier en tijden van werken van haar personeel. Daar is natuurlijk best iets voor te zeggen. Maar het antwoord op deze flexibiliteit is juist meer flexibiliteit! Het is niet zo dat mensen de hele week thuiswerken en nooit meer collega’s zien. Het is juist die ene dag thuis, of dat ene project op een andere locatie die de productiviteit doet vergroten. Het is ook niet zo dat iedereen het aankan om thuis te werken. Zelf laat ik het de één wel toe en de ander niet. Daar zijn geen regels voor. Eenvoudigweg omdat de één gewoon het werk oplevert dat moet gebeuren en de ander telkens een excuus heeft dat hij wel thuis bleef, maar niet aan het afgesproken werk was toegekomen. Zo hoef je ook niet voor elke bespreking naar kantoor te komen. Met elkaar de notulen bespreken en het voorlezen van een paar powerpointslides is niet productief. Dat kan ook anders. Samenkomen doe je om nieuwe denken te bedenken en elkaar aan te zetten tot creatie. Niet om elkaar te overhoren met actielijstjes. Het mooie van flexibiliteit is dat het flexibel is. Daar moeten we dus niet rigide mee omgaan.

De column “The end of flexibility” verscheen in Trouw op vrijdag 1 maart 2013.

Share